Brief aan Halbe Zijlstra

“Het H-woord is gevallen. Nu gaat blijken of de hoofden van Teeven en Weekers meer waard zijn dan het gezicht van de VVD.”

Geachte heer Zijlstra,

Vorige week schreef ik aan Frans Weekers dat ik vermoedde dat hij een motie van wantrouwen niet zou overleven. Dat vermoeden baseerde ik op het feit dat het huidige kabinet een uitruilkabinet is en dat de VVD dankzij het aanblijven van Teeven al bij de PvdA in het krijt stond. Ik dacht dat ze de PvdA niet opnieuw zouden willen vragen een VVD Staatssecretaris in het zadel te houden.

Ik had het fout. Weekers bleef vrij probleemloos overeind in het debat en overleefde de motie. Met dank aan de PvdA. In mijn brief aan Weekers schreef ik ook dat áls Weekers zou aanblijven, we snel achter zijn politieke waarde zouden komen. Dat is dus nu het geval. U liet er geen gras over groeien en doorbrak twee dagen na het debat het taboe op de hypotheekrenteaftrek. Continue reading

Brief aan Frans Weekers

“Het kabinetsbeleid is gebaseerd op het uitruilen van speerpunten. Rutte II is niet paars, maar blauw/rood. Dat gaat u uw nek kosten.”

Geachte heer Weekers,

U bent waarschijnlijk het gehele reces bezig geweest met het op orde krijgen van uw verweer omtrent de Bulgarenfraude. Dinsdag is immers het debat in de Tweede Kamer waarin duidelijk gaat worden of u wel of niet kunt aanblijven als Staatssecretaris van Financiën. Ich hab es nicht gewusst, zegt u. “Hij wist het al jaren“, zegt de rest van Nederland.

Dat wordt dinsdag dus spannend voor u, zeker ook aangezien u het sentiment nogal tegen heeft sinds uw te laat ingediende en onduidelijke feitenrelaas. Toch hangt uw aanblijven volgens mij niet zozeer af van de inhoud van het debat van dinsdag, maar vooral van het grotere politieke spel tussen de regeringspartijen VVD en PvdA. Dat zou dinsdag wel eens de doorslag kunnen geven. Continue reading

Brief aan de VVD

Het wordt spannend of het Rutte lukt om naast zijn tegenstanders, ook zijn achterban tevreden te houden.“Het wordt de komende tijd spannend of het Rutte lukt om behalve zijn tegenstanders, ook zijn eigen achterban te vriend te houden.”

Beste VVD’ers,

Als een konijn uit de hoge hoed was daar afgelopen week ineens het sociaal akkoord. Werkgevers blij, werknemers blij, kabinet blij, oppositie niet al te boos. Als het de belangrijkste taak is van de minister-president om de boel bijeen te houden, dan heeft Rutte het goed gedaan. Toch staan jullie bij de VVD niet massaal te juichen. De JOVD wil de hele tent zelfs het liefst afzinken.

Dat komt doordat Rutte’s doel om de regering op de rit houden, verschilt met dat van de VVD om bij de volgende verkiezingen weer zoveel mogelijk stemmen te halen. Die spanning is er natuurlijk tussen iedere premier en zijn partij, maar Rutte toont zich zó flexibel (of ruggengraatloos; perspectief doet een hoop) om zijn doel te halen, dat hij de beloftes vergeet die hij de VVD-stemmer heeft gedaan. Continue reading

Kattebelletje aan de Hells Angels

Hells Angels mogen van de VVD niet meer werken voor de overheid. “Het zou ook wielrenners, Volendammers en schakers verboden moeten worden voor de overheid te werken.”

Good morning Angels,

Slecht nieuws voor sommigen van jullie. Dinsdag heeft de Tweede Kamer namelijk een motie aangenomen die stelt dat er een richtlijn moet komen waardoor ‘leden van dubieuze motorclubs’, geen ambtenaar kunnen zijn. Hoewel dat niet klinkt alsof de motorambtenaren onder jullie acuut moeten vrezen voor hun baan, is de gedachte achter de motie wel heel erg verkeerd.

Jullie hebben natuurlijk niet een heel lekker imago. Regelmatig halen jullie het nieuws met berichten over drugs, geweld en combinaties hiervan. Het is duidelijk dat jullie geen clubje ideale schoonzonen zijn. Daar staat tegenover dat het OM er niet in is geslaagd aan te tonen dat jullie een criminele organisatie zijn. En dus zijn jullie dat niet. En dus moet jullie Hells Angel-schap jullie niet in de weg staan om ambtenaar te zijn. Continue reading

Kattebelletje aan Hans Wiegel

“Terwijl u victorie kraaide, presenteerde het Nibud cijfers over uw ongelijk.”

Geachte heer Wiegel,

Uw optreden van de afgelopen weken deed mij terugdenken aan 2005, toen ik in het bestuur van mijn dis­puut zat. Hoewel het niet in de aard van het dis­puut lag om lang en uit­ge­breid te ver­gaderen, ontk­wa­men we er niet aan om twee of drie keer per jaar met elkaar de lopende zaken door te spreken. Het waren sessies waarin een hoop werd gespro­ken, maar weinig gezegd. Ver­plichte nummers.

Op iedere vergadering was wel een type als u aanwezig. Het type dat onmiskenbaar veel heeft betekend voor het dispuut, maar de voeling inmiddels wel een beetje kwijt was. Desalniettemin ging hij ons staan uitleggen hoe wij de boel moesten rege­len. Erg vermoeiend, want je kon ze niet zomaar afwimpelen en als het tegenzat, hitsten ze nog het hele dispuut tegen je op ook. Continue reading